Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Voor ontucht veroordeeld tot gevangenis voor drie jaren en ter beschikkingstelling

Uitspraak



Rechtbank Arnhem Sector strafrecht

Meervoudige Kamer

Parketnummer : 05/093145-02

Datum zitting : 26 november 2002, 18 februari 2003, 1 april 2003, 24 juni 2003, 16 september 2003,2 december 2003, 24 februari 2004, 6 april 2004 en 1 juni 2004

Datum uitspraak : 15 juni 2004

VERKORT VONNIS

TEGENSPRAAK

In de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem tegen

naam : [verdachte],

geboren op : [geboortedatum 1] te [geboorteplaats],

adres : [adres 1],

plaats : [woonplaats],

thans gedetineerd in [verblijfplaats].

Raadsman: Mr. F.E.J. Janzing, advocaat te Wijchen.

De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na een door de rechtbank toegelaten vordering wijziging tenlastelegging, tenlastegelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 1997 tot en met 31 mei 2002 te Nijmegen, telkens (opzettelijk) handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, te weten het brengen van zijn, vedachtes, penis in de vagina en/of anus en/of mond, heeft gepleegd met [slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum 2], die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 1997 tot en met 31 mei 2002 te Nijmegen, ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarige dochter, [slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum 2], bestaande die ontucht (telkens) hierin dat hij, verdachte, die [slachtoffer 1] (met haar mond) liet zuigen aan zijn penis en/of hij, verdachte, zijn penis liet vasthouden en/of bewegen (aftrekken) door die [slachtoffer 1] en/of hij, verdachte, zijn penis bracht in de de vagina en/of anus van die [slachtoffer 1] en/of hij, verdachte, met zijn penis tegen/over de vagina en/of de anus van die [slachtoffer 1] duwde en/of wreef en/of hield en/of gleed;

hij op meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 1997 tot en met 31 mei 2002 te Nijmegen (telkens) opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer 1], zijnde de dochter van verdachte), tegen de borst en/of de benen en/of het hoofd en/of de rest van het lichaam heeft geslagen en/of gestompt, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden; art 304 ahf/ond 1 Wetboek van Strafrecht

hij in of omstreeks de periode van 1 december 1991 tot en met 11 oktober 1996 te Nijmegen, eenmaal of meermalen door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2], te weten het met zijn, verdachte, penis in de vagina van die [slachtoffer 2] binnendringen, welk geweld of andere feitelijkheid en/of welke bedreiging met geweld of andere feitelijkheid hierin heeft/hebben bestaan dat verdachte opzettelijk genoemde [slachtoffer 2] seresta/oxazepam, althans rustgevende en/of spierverslappende pillen heeft laten slikken en/of heeft toegediend;

althans, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling leidt:

hij in of omstreeks de periode van 1 december 1991 tot en met 11 oktober 1996 te Nijmegen, met [slachtoffer 2], van wie hij, verdachte, wist dat die [slachtoffer 2] in staat van bewusteloosheid of lichamelijke onmacht verkeerde, dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van

zijn/haar geestvermogens leed dat die [slachtoffer 2] niet of onvolkomen in staat

was zijn/haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, meerdere malen, althans eenmaal een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2], hebbende verdachte zijn penis gebracht in de vagina van die [slachtoffer 2];

Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 1 juni 2004 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. F.E.J. Janzing, advocaat te Wijchen.

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 1 primair, 2 en 3 primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot:

een gevangenisstraf voor de duur van vijf (5) jaren met aftrek van

de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

Daarnaast heeft de officier van justitie terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege gevorderd.

Voorts heeft de officier van justitie geconcludeerd tot onttrekking aan het verkeer van het onder verdachte inbeslaggenomen rijbewijs en kopie van een identiteitsbewijs.

De officier van justitie heeft het standpunt ingenomen dat de vordering van de benadeelde partij, [slachtoffer 1] (feit 1 en 2), tot een bedrag van

€ 10.000,00 als voorschot dient te worden toegewezen en gevorderd dat er een schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 185 dagen hechtenis.

De officier van justitie heeft voorts het standpunt ingenomen dat de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] (feit 3) tot een bedrag van € 750,00 dient te worden toegewezen en gevorderd dat er een schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 15 dagen hechtenis. De officier van justitie heeft het standpunt ingenomen dat de benadeelde partij voor het

overige niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering.

De officier van justitie heeft met betrekking tot de vordering van [slachtoffer 3] (ad informandum gevoegd feit 2) het standpunt ingenomen dat de benadeelde partij daarin niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

. De beslissing inzake het bewijs

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte onder 3 primair en subsidiair is tenlastegelegd en zal hem daarvan vrijspreken.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 primair en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

hij in de periode van 1 oktober 1997 tot en met 31 mei 2002 te Nijmegen, telkens (opzettelijk) handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, te weten het brengen van zijn, verdachtes penis in de vagina en mond heeft gepleegd met [slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum 2], die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt;

hij op meerdere tijdstippen in de periode van 1 januari 1997 tot en met 31 mei 2002 te Nijmegen (telkens) opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer 1], zijnde de dochter van verdachte), tegen de borst en de benen en de rest van het lichaam heeft geslagen en gestompt, waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden;

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

De bewijsmiddelen zullen worden uitgewerkt in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist en zullen dan in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen.

. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverldaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1 primair:

Met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 2:

Mishandeling terwijl het feit wordt begaan tegen zijn kind, meermalen gepleegd.

De feiten zijn strafbaar.

. De strafbaarheid van verdachte

Over verdachte is een rapport van het Pieter Baan Centrum, psychiatrische observatiekliniek te Utrecht, opgemaakt door [psycholoog 1], psycholoog en vast gerechtelijk deskundige en [psychiater 1], psychiater en vast gerechtelijk deskundige, gedateerd 24 november 2003, waarin het volgende wordt geconcludeerd:

"Betr. is een, ten tijde van het onderzoek, 39-jarige man die een

persoonlijkheidsstoornis heeft met antisociale en afhankelijke

trekken. Nauw verweven met deze stoornis is de afhankelijkheid van

verschillende middelen en tevens zijn chronisch recidiverende

depressie.

Kenmerkend voor betr. is de antisociale levensstijl, waarbij gevoelens

van innerlijke onlust en depressieve leegte, in navolging van zijn vader, somt met geweld worden uitgeageerd in middelenmisbruik, deels daarmee samenhangende criminele activiteiten en

seksualisering van intieme relaties bij gebrek aan meer sociaal

competente communicatievormen.

Indien het tenkstegelegde sub 1 bewezen wordt geacht -- betr. ontkent de feiten — dan is het onderzoekend team al met al van mening dat betr. eerst zijn dochter de rol van volwassene toebedeelt,

vervolgens deze relatie seksualiseert en tenslotte in de illusie van macht wraak neemt voor de onmacht uit het verleden. Het middelenmisbruik dat verweven is met de persoonlijkheidsstoornis heeft hierbij zeker een faciliterende rol gespeeld.

Wij achten een relatie tussen het ten laste gelegde feit sub 1 — indien bewezen — en betr.'s bovengenoemde stoornis in aanzienlijke mate aanwezig en concluderen derhalve tot verminderd toerekeningsvatbaar.

In de ten laste gelegde feiten sub 2 en 3, die door betr. deels worden erkend, komt vooral naar voren hoezeer betr. aanvankelijk langs de weg van submissie (voortspruitend uit zijn afhankelijkheid) poogt zijn zin te krijgen om, indien dit verlangen gefrustreerd wordt (hier uit zich de lage frustratietolerantie), zijn toevlucht te nemen tot geweld, waarin betr. 's meer antisociale trekken zich openbaren. Ook hier speelt het middelengebruik een faciliterende rol.

Wij achten betr. derhalve ook ten aanzien van de ten laste gelegde feiten sub 2 en 3 verminderd toerekeningsvatbaar."

De rechtbank verenigt zich met deze conclusie en maakt die tot de hare.

Overeenkomstig deze conclusie kan niet worden gezegd dat verdachte niet strafbaar is. Er is voorts ook geen andere omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

6 De motivering van de sanctie(s)

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

het uittreksel uit het algemeen documentatieregister

betreffende verdachte, gedateerd 16 maart 2004;

een voorlichtingsrapport van De Grift, gedateerd 20 november 2002, betreffende verdachte;

een multidisciplinair rapport opgemaakt door [psychiater 2], psychiater, en [psycholoog 2], psycholoog, respectievelijk gedateerd 16 november 2002 en 18 november 2002;

het reeds hiervoor genoemde rapport van het Pieter Baan Centrum;

het rapport van drs. [psycholoog], forensisch psycholoog en criminoloog, gedateerd 2 februari 2004 betreffende verdachte.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting mede gelet op de navolgende door de officier van justitie - onder toezegging van afzonderlijke strafvervolging ter zake te zullen afzien - ad informandum gevoegde strafbare feiten welke door verdachte ter terechtzitting zijn erkend

093145-02 27 februari 2002, Nijmegen, Gem. Nijmegen, Mishandeling

[slachtoffer 3];

093145-02 2 augustus 2002 t/m 2 september 2002, Nijmegen, Gem. Nijmegen

Oplichting [benadeelde].

De rechtbank overweegt verder nog als volgt.

Verdachte heeft gedurende geruime periode zijn dochter, die toen nog niet de leeftijd van 12 jaar had bereikt, seksueel misbruikt en mishandeld. Daarnaast heeft verdachte [slachtoffer 3] mishandeld en heeft hij zich schuldig gemaakt aan oplichting.

Verdachte heeft door zijn handelen de lichamelijke en geestelijke integriteit van zijn dochter op ernstige wijze aangetast. Aannemelijk is dat dit handelen bij de dochter van verdachte grote en langdurige emotionele schade heeft veroorzaakt en nog zal veroorzaken. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen oordeelt de rechtbank dat voor de afdoening van de onderhavige zaak geen andere straf in aanmerking komt dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Tevens blijkt uit het hiervoor aangehaalde rapport van het Pieter Baan

Centrum dat het gevaar voor herhaling van feiten zoals ten laste gelegd, indien verdachte onbehandeld blijft, groot is. Het Pieter Baan Centrum is van mening dat verdachte op grond van zijn eigen pathologie relaties met kwetsbare vrouwen zal blijven aangaan of, op termijn, aan hem toevertrouwde minderjarige meisjes een volwassen partnerrol zal toebedelen, waarbij verdachte zich eerst aan-/afhankelijk zal gedragen om vervolgens, na een nieuwe afwijzing en gefaciliteerd door middelenmisbruik, zijn toevlucht te nemen tot seksueel —agressief machtsmisbruik. Het Pieter Baan Centrum adviseert derhalve aan verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege op te leggen. Het Pieter Baan Centrum is van mening dat de problematiek te ernstig is en verdachte's inzicht, lijdensdruk en motivatie te gering om een voorwaardelijke terbeschikkingstelling te adviseren.

De rechtbank acht het - gelet op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en zijn in voormeld rapport van het Pieter Baan Centrum omschreven delictgevaarlijkheid - noodzakelijk om naast een onvoorwaardelijke gevangenisstraf de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege op te leggen.

De rechtbank zal bevelen dat verdachte ter beschikking wordt gesteld aangezien de bewezenverklaarde feiten gericht zijn tegen de onaantastbaarheid van het lichaam van personen en daarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van meer dan vier jaar is gesteld en de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen het opleggen van die maatregel eisen.

De rechtbank zal voorts bevelen dat verdachte van overheidswege zal worden verpleegd, daar genoemde veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen die verpleging eisen.

De na te melden inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen dienen te worden onttrokken aan het verkeer aangezien het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang en de wet.

6a. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de

gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partijen hebben overeenkomstig het bepaalde in artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering opgave gedaan van de inhoud van de vordering, strekkende tot vergoeding van geleden schade.

Wat betreft de door de benadeelde partij [slachtoffer 1] (feit 1 en 2) ingediende immateriële schade acht de rechtbank voldoende aannemelijk dat zij door hetgeen haar is aangedaan immateriële schade heeft geleden en dat zij uit dien hoofde terecht aanspraak maakt op vergoeding van die schade. De rechtbank kan in deze strafrechtelijke procedure niet exact vaststellen welk bedrag aan vergoeding voor de geleden immateriële schade dient te worden begroot. Zij is echter van oordeel dat in ieder geval een bedrag van € 5.000,00 aan schadevergoeding op zijn plaats is, zodat zij dit bedrag zal toewijzen aan het slachtoffer. De vordering is voor zover zij strekt tot vergoeding van een hoger bedrag niet van eenvoudige aard, zodat de benadeelde partijin zoverre niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering.

Gelet op de omstandigheid dat de rechtbank aan verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege oplegt, zal de rechtbank ten aanzien van het toewijsbare deel van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht toepassen.

De rechtbank zal [slachtoffer 2] (feit 3) in de gehele vordering niet-ontvankelijk verklaren aangezien verdachte geen straf of maatregel is opgelegd en artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht geen toepassing heeft gevonden.

De rechtbank zal [slachtoffer 3] (ad informandum gevoegd feit 2) niet-ontvankelijk verklaren in de vordering aangezien de schade niet

10

8 De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Spreekt verdachte vrij van het onder 3 primair en subsidiair tenlastegelegde feit.

Verklaart bewezen dat verdachte de overige tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is

tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot: een gevangenisstraf voor de duur van DRIE (3) JAREN.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

Gelast dat veroordeelde ter beschikking wordt gesteld en beveelt dat hij van overheidswege zal worden verpleegd.

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

Rijbewijs, serienr. [nr] vervalst rijbewijs ten name van [naam];

Kopie identiteitsbewijs ten name van [verdachte].

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1].

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [slachtoffer 1], wonende te [adres 2], te betalen

€ 5.000,00 (zegge vijfduizend euro).

Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op € 5.000,00,

(zegge vijfduizend euro), vermeerderd met de ten behoeve van de

tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken kosten.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3], wonende te [adres 3].

Verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2], wonende te [adres 4].

Verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.

Aldus gewezen door:

mr. A.Th.M. Vrijhoeven, rechter, als voorzitter,

mr. J.H.M. Westenbroek, rechter,

mr. M. Keppels, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. E.J.M. de Wild, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 15 juni 2004.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocaten

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature